Nieuw camouflagepatroon voor Defensie

25 juli 2012

UPDATE 9 augustus 2012: lees hier over het aanbestedingsproject dat in augustus is gestart voor 18.500 sets basisbroeken en -jassen in het nieuwe camouflagepatroon!

Prototype van het nieuwe gevechtstenue tijdens de BartelsbekerEven een kort bericht voor iedereen die benieuwd is naar het nieuwe camouflagepatroon dat wordt ontwikkeld door Defensie in samenwerking met TNO.

Op 17 juni 2011 werd in Harskamp tijdens de Bartelsbeker een prototype van een nieuw uniform gepresenteerd. Dit prototype was uitgevoerd in het door TNO en het Joint Kenniscentrum Militair & Uitrusting (JKC M&U) ontwikkelde 'Netherlands Fractal Pattern' camouflagepatroon. Dit is een digitaal camouflagepatroon wat is ontworpen met behulp van zogenaamde 'fractals'. Het uniform zelf is gefabriceerd door NFM, in hetzelfde model als hun NFM GARM productlijn, en uit dezelfde stof: Defender M van het Nederlandse bedrijf TenCate, dat vlamvertragende eigenschappen heeft.

Het onderzoek naar een nieuw camouflagepatroon is echter al veel langer bezig, het Netherlands Fractal Pattern patroon was al in 2009 te zien op de Landmachtdagen. Opvallend is dat er toen nog meerdere variaties getoond werden, kennelijk was men er nog niet helemaal uit hoe groot de stipjes moesten worden.

Ondanks dit alles is nog niet zeker of dit camouflagepatroon daadwerkelijk zal worden ingevoerd. Van het JKC M&U hebben wij begrepen dat het camouflagepatroon eerst zal moeten worden goedgekeurd door de Commandant der Strijdkrachten, generaal Tom Middendorp. Hij bepaalt, samen met zijn ondercommandanten, of het in deze tijd van bezuinigingen wenselijk is om geld te steken in de overstap op een nieuw camouflagepatroon. Mocht het patroon worden goedgekeurd dan lijkt er een einde te komen aan de verschillen in camouflage tussen de Landmacht en het Korps Mariniers: wij verwachten dat alle krijgsmachtdelen uiteindelijk dezelfde camouflage zullen gaan gebruiken. Wel zal de camouflage waarschijnlijk gefaseerd worden ingevoerd.

Wanneer het patroon is goedgekeurd zullen we waarschijnlijk meer informatie kunnen vermelden.

Prototype van het nieuwe gevechtstenue in het bos
Hierboven: Prototype van het nieuwe gevechtstenue in het bos.

Hieronder: verschillende prototypen op de Landmachtdagen in 2009 laten zien dat er geexperimenteerd is met verschillende groottes voor de stipjes. Het lijkt erop dat het de linkerversie (de broek) is geworden.
Prototypes tijdens de Landmachtdagen 2009

Labels: GARM, NFM, camouflage, Netherlands Fractal Pattern, TenCate Defender M

Hoe camouflage werkt

10 juli 2012

Vorige week schreven we al een artikel over het US Army Camouflage Improvement Effort, de zoektocht van de Amerikaanse landmacht naar een nieuw camouflagepatroon. Het huidige patroon UCP (Universal Camouflage Pattern) bleek namelijk bijzonder slecht te presteren in bijna elke omgeving waar het getest werd. Het complete artikel is te vinden op onze website: US Army op zoek naar nieuw camouflagepatroon. Maar hoe werkt camouflage eigenlijk? In dit artikel gaan we daar dieper op in.

Voordat camouflagepatronen geïntroduceerd werden, maakten veel landen gebruik van groene of groen-grijze uniformen. Hoewel deze minder opvielen dan traditionele rode en blauwe uniformen, is iemand in egaalgroene kleding nog steeds makkelijk te herkennen, vooral als je de juiste kant op kijkt. Om te kunnen begrijpen hoe dat komt, is het van belang om te weten hoe het menselijk oog werkt.

Centraal en perifeer zicht

Het perifere en centrale zichtHet menselijke zicht bestaat uit twee verschillende onderdelen: het centrale (focale) zicht en het perifere zicht. Van het perifere zicht ben je je meestal niet bewust. Het zorgt voor je ruimtelijke oriëntatie en het detecteren van objecten door middel van hun vorm, terwijl je je ergens anders op richt. Zo kun je bijvoorbeeld een boek lezen terwijl je aan het lopen bent zonder ergens tegenaan te lopen, of kun in je ooghoeken beweging waarnemen terwijl je eigenlijk naar iets anders kijkt. Zonder perifeer zicht zou je in feite aan tunnelvisie lijden.

Het perifere zicht is minder sterk dan het centrale zicht, en is afhankelijk van contrast en beweging. Door beweging te vermijden, en kleding te dragen in een kleur die niet in contrast is met je omgeving, kun je je dus voor het perifere zicht al verbergen. In dat opzicht voldoen egaalgroene kleren dus al.

Het focale zicht is waar je bewust naar kijkt en is een stuk smaller. Maar het is ook scherper dan het perifere zicht en kan beter onderscheid maken tussen verschillende kleuren. Doordat herkenning van bijvoorbeeld personen werkt op basis van vormen, is een persoon in egaal gekleurde kleding dus makkelijk te herkennen.

Macro- en micro-patronen

Door een ‘disruptive’ camouflagepatroon te gebruiken met contrasterende kleuren, treed een vorm van gezichtsbedrog op waarbij de hersenen het contrast tussen de lichte en donkere kleuren verkeerd interpreteren. In plaats van de verschillende kleuren aan elkaar te koppelen tot de herkenbare vorm van een persoon, worden ze geïnterpreteerd als verschillende vormen die op zichzelf niet herkenbaar zijn. Dit patroon van contrasterende kleuren, bedoeld om de menselijke vormen onherkenbaar te maken, wordt macro-patroon genoemd.

Een micro-patroon zorgt er daarentegen voor dat je daadwerkelijk opgaat in je omgeving door de eigenschappen van de omgeving, zoals vorm, grootte en kleuren, na te bootsen. Dit is echter lastiger, omdat bijna elke omgeving er anders uit ziet en dus in theorie ook een ander patroon vereist.

In de natuur komen de macro- en micro-patronen ook voor. Een voorbeeld van een macro-patroon is het zwart-witte patroon op zebra’s. Een voorbeeld van een micro-patroon is het vlekkenpatroon op een luipaard. In de natuur komt een combinatie van de twee patronen echter niet voor, omdat het natuurlijke proces dat hier voor zorgt niet een combinatie van beide kan ontwikkelen.

Een goed gecamoufleerde luipaard in het grasWij, als mensen, kunnen dat echter wel. Door het macro-patroon op te bouwen uit een heleboel stukjes micro-patroon, kun je de camouflerende eigenschappen van beide patronen in één camouflagepatroon combineren. Bovendien biedt het enkele andere voordelen. Een camouflagepatroon moet werken op verschillende afstanden. Een micro-patroon dat op 50 meter prima werkt, kan te klein zijn om op 200 meter nog steeds goed te werken. Op zo’n afstand vloeien de verschillende kleuren namelijk samen tot één egale vlek, waardoor het effect van het camouflagepatroon teniet gedaan wordt. Door combinatie met het macro-patroon blijft een camouflagepatroon ook op langere afstand effectief. Tegelijkertijd zorgt het micro-patroon er voor dat de randen van de vlekken uit het macro-patroon niet te scherp zijn. Doordat het micro-patroon de randen wat vervaagt, valt het camouflagepatroon minder snel op, vooral op kortere afstanden.


In het filmpje hierboven (gemaakt door een fabrikant van jagerscamouflage) wordt het concept van micro- en macro-patronen uitgelegd.

Digitaal

Tegenwoordig worden veel camouflagepatronen digitaal ontworpen. Canada was met CADPAT (Canadian Disruptive Pattern) in 1996 het eerste land met een digitaal ontwikkeld camouflagepatroon, gebaseerd op het onderzoek van Luitenant-Kolonel O’Neill van het Amerikaanse leger, die in zijn onderzoek het effect van de micro- en macro-patronen omschreef. Latere camouflagepatronen zoals MARPAT en UCP zijn zelfs een kopie van CADPAT, waarbij alleen de kleuren zijn aangepast.

Canadian Disruptive PatternDigitale camouflage moet echter niet worden verward met camouflagepatronen die (overigens net als CADPAT) uit kleine vierkantjes zijn opgebouwd. Digitaal betekent alleen maar dat het is ontworpen met behulp van een computer en wiskundige berekeningen. Dat kan een camouflagepatroon zijn dat is opgebouwd uit vierkante pixels, maar het kunnen net zo goed andere vormen zijn, bijvoorbeeld zeshoeken of gewone vlekjes. Het voordeel van vierkante pixels is dat dit makkelijker is te genereren met behulp van computers dan andere vormen.

Bij het digitaal genereren van camouflagepatronen wordt meestal gebruik gemaakt van foto’s van een aantal omgevingen waarin het patroon moet werken. Met behulp van software wordt daar een kleurencombinatie uit samengesteld met kleuren die in de meeste situaties voorkomen. Vervolgens wordt er met behulp van wiskundige berekeningen een camouflagepatroon opgebouwd dat bestaat uit macro- en micro-patronen.

Één patroon voor alle omgevingen

Digitaal of niet, er blijft een probleem aan camouflagepatronen zitten. Door de uiteenlopende klimaten op de wereld is een camouflagepatroon dat in de ene situatie heel goed werkt, niet altijd geschikt voor een andere situatie. Een woestijncamouflagepatroon is niet effectief in de jungle, en een woodland camouflagepatroon is niet effectief in de sneeuw. Vanuit dat perspectief zou het dus ideaal zijn om voor elke situatie een ander camouflagepatroon te gebruiken.

Dit brengt echter ook nadelen met zich mee. Het betekent namelijk dat elke militair verschillende kleding- en uitrustingsstukken moet hebben, namelijk van elk patroon één, wat uiteraard hoge kosten met zich meebrengt. Bovendien is bij recente operaties in onder andere Afghanistan gebleken dat in één gebied sterk verschillende situaties zich kunnen voordoen. Stukken met groen begroeid land liggen hier midden in de kale woestijn en een camouflagepatroon wat het ene moment prima functioneert kan dus het volgende moment waardeloos zijn.

Het blijft dus zoeken naar het juiste compromis tussen één patroon dat in alle situaties een klein beetje camouflage biedt, en meerdere patronen die in hun eigen specifieke situatie een veel betere camouflage bieden. De US Army lijkt met de huidige zoektocht naar een nieuw camouflagepatroon een weg in te slaan met meerdere camouflagepatronen, gecombineerd met één camouflagepatroon voor alle uitrusting zoals draagsystemen en rugzakken.

US4CES is één van de mogelijke opvolgers van het Universal Camouflage Pattern
Hierboven: US4CES is één van de mogelijke opvolgers van het Universal Camouflage Pattern van de US Army.

Label: camouflage

US Army op zoek naar nieuw camouflagepatroon

06 juli 2012

Universal Camouflage Pattern, het huidige 'universele' camouflagepatroon van de US ArmyAl enige tijd circuleren op Amerikaanse blogs berichten over het Army Camouflage Improvement Effort, een project van de US Army om te zoeken naar een nieuw camouflagepatroon om het huidige Universal Camouflage Pattern te vervangen.

Reeds in de jaren 90 begonnen de Canadese strijdkrachten met onderzoek naar een nieuw camouflagepatroon, om de egaalgroene kleding en uitrusting te vervangen. Dit resulteerde in het digitale pixel-camouflagepatroon ‘CADPAT’ (Canadian Disruptive Pattern) dat al in 1996 voor het eerst werd verstrekt op helmovertrekken. In 2002 werd het het standaard camouflagepatroon voor alle kleding en uitrusting van het Canadese leger. CADPAT bestaat in drie varianten: temperate woodland (TW) voor groene omgevingen, arid region (AR) voor woestijnomgevingen en winter/arctic (WA) voor besneeuwde gebieden.

Net als het US Marine Corps heeft rond 2003 ook de US Army besloten om over te stappen op een variant van CADPAT. Beiden hebben het patroon van CADPAT overgenomen, met uitzondering van de kleurencombinatie. Het Amerikaanse korps mariniers heeft bij het ontwikkelen van het MARPAT (Marine Pattern) camouflagepatroon gekozen voor twee kleurencombinaties: een voor woodland omgevingen, en een voor desert omgevingen. De US Army daarentegen heeft ervoor gekozen om één patroon te ontwikkelen dat in alle omgevingen moet werken (vandaar de naam, Universal Camouflage Pattern). Het patroon is daarom samengesteld uit de kleuren Urban gray, Desert sand en Foliage green.

UCP in het bosVolgens veel Amerikaanse militairen heeft dit echter tot gevolg dat het patroon, dat bedoeld was om in alle omgevingen te werken, in geen enkele omgeving werkt. Het grijskleurige (vaak zelfs op blauw lijkende patroon) valt juist heel erg op in veel omgevingen.

Omdat het patroon onder andere slecht bleek te werken in woestijnomgevingen, heeft men in 2009 besloten om Amerikaanse militairen in Afghanistan te voorzien van een uniform in een ander camouflagepatroon: MultiCam (dit onder de naam Operation Enduring Freedom (OEF) Camouflage Pattern). Daarnaast is men begonnen met het evalueren van UCP en dit is dan ook de start van het Camouflage Improvement Effort. De eerste drie fasen van dit project waren specifiek gericht op het verbeteren van de camouflage in Afghanistan.

De US Army heeft ingezien dat het niet haalbaar is om één patroon te ontwikkelen voor alle mogelijke omgevingen. Fase IV van het project, dat in de zomer van 2010 is ingegaan, heeft dan ook als doel om een Family of Patterns (FoP), een combinatie van 4 camouflagepatronen te vinden: een woodland-patroon voor groene omgevingen, een arid-patroon voor woestijnomgevingen, en een transitional-patroon, een universeel patroon dat tussen de twee patronen in zit. Bovendien zou er optioneel een Organizational Clothing and Individual Equipment (OCIE) patroon ontwikkeld kunnen worden dat gecombineerd kan worden met alle andere patronen, zodat niet voor elke omgeving een complete set aan kleding en uitrusting nodig is. Een FoP moet voldoende kunnen camoufleren, zowel in zichtbaar licht (overdag) als in NIR (Near Infra Red) en SWIR (Short-Wavelength Infra Red) licht ’s nachts.

Elk bedrijf dat mee wilde doen kon een digitaal bestand maken met hun camouflagepatronen. Van de 20 inzendingen zijn in januari 2012 vier finalisten gekozen: ADS inc in samenwerking met Guy Cramer, Brookwood Companies, Crye Precision (de ontwikkelaar van MultiCam) en Kryptec. Daarnaast zou er een patroon worden ontwikkeld door de US Army zelf, maar dat is begin maart 2012 teruggetrokken.

US4CES, het camouflagepatroon van ADS inc.
Hierboven: US4CES, een camouflagepatroon van ADS inc. en één van de vier patronen die de finale bereikten. Voor meer informatie over US4CES, zie de website van ADS.

Deze finalisten moeten hun camouflagepatronen laten drukken op stof waar het leger weer uniformen en uitrusting mee maakt om de patronen in het veld te kunnen testen. Daarbij zal getest worden met een pop of persoon die een uniform draagt in het patroon dat op dat moment getest wordt, en een scherfvest met opbouwtasjes in het OCIE patroon. Alle patronen worden hierbij vergeleken met de huidige patronen zoals OCP (Operation Enduring Freedom Camouflage Pattern, beter bekend als MultiCam) en MARPAT om te evalueren of het daadwerkelijk een verbetering is.

De uiteindelijke uitkomst van het Camouflage Improvement Effort zal niet per definitie het nieuwe camouflagepatroon van de US Army zijn. De uitkomst zal worden voorgelegd aan de leiding van het Amerikaanse leger, en die zal beslissen wat er uiteindelijk zal gebeuren.

Labels: US Army, Camouflage Improvement Effort, camouflage, Universal Camouflage Pattern